ECLI:NL:RBAMS:2010:BP6114
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overgang van onderneming en arbeidsrechtelijke gevolgen bij contractwisseling cateringactiviteiten
In deze zaak staat centraal of sprake is van een overgang van onderneming en de gevolgen daarvan voor de arbeidsovereenkomst van een cateringmanager na een contractwisseling. De oorspronkelijke werkgever verloor per 15 maart 2010 de cateringovereenkomst voor 11 locaties, die werden verdeeld over twee nieuwe aanbieders. De werknemer stelde dat de nieuwe werkgevers hem op grond van de CAO een arbeidsovereenkomst moesten aanbieden.
De rechtbank beoordeelde eerst of de voortzetting van activiteiten door de nieuwe werkgevers kon worden aangemerkt als een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW Pro. Van behoud van identiteit was geen sprake, aangezien de oorspronkelijke eenheid met 11 locaties en ruim 14.000 klanten was gesplitst in twee eenheden met elk een deel van de locaties en klanten. Ook was de werknemer niet werkzaam bij één van de nieuwe eenheden.
Vervolgens werd de CAO geïnterpreteerd. De CAO verplicht de nieuwe werkgever een arbeidsovereenkomst aan te bieden bij contractwisseling, behalve voor regiomedewerkers. De werknemer was geen regiomedewerker, maar de CAO voorziet niet in situaties waarin de oorspronkelijke werkzaamheden worden gesplitst over meerdere werkgevers. Gelet op goed werkgeverschap en redelijkheid en billijkheid oordeelde de rechtbank dat de werknemer in dienst blijft van de oude werkgever en dat de nieuwe werkgevers geen arbeidsovereenkomst hoeven aan te bieden.
De rechtbank kende de werknemer een vergoeding van €3.000 toe wegens gemaakte kosten en bepaalde dat de oude werkgever de arbeidsvoorwaarden moet handhaven en een passende functie moet bieden. De overige gevorderde verzoeken werden afgewezen.
Uitkomst: De werknemer blijft in dienst van de oude werkgever; de nieuwe werkgevers zijn niet gehouden een arbeidsovereenkomst aan te bieden.