ECLI:NL:RBAMS:2010:BP7372
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot dwangakkoord in de vorm van een spaarsanering
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van [A] tot toelating van een dwangakkoord ex artikel 287a Faillissementswet in de vorm van een spaarsanering. [A] bood een schuldregeling aan waarbij gedurende 36 maanden maandelijks een bedrag van minimaal €45,- wordt gespaard en elke zes maanden wordt uitgekeerd aan schuldeisers. Na afloop van drie jaar zou dit leiden tot een betaling van circa 21,13% aan concurrente en 42,26% aan preferente schuldeisers.
Hoewel de rechtbank in het algemeen terughoudend is bij het toestaan van dwangakkoorden in de vorm van spaarsaneringen vanwege het ontbreken van wettelijke waarborgen zoals toezicht door een bewindvoerder en rechter-commissaris, oordeelde zij in dit geval anders. De schuldeisers CJIB en CVAH hadden geen inhoudelijke redenen voor hun weigering gegeven, en Agis had uiteindelijk ingestemd met het akkoord.
De rechtbank nam mee dat toelating tot de wettelijke schuldsanering onder de huidige omstandigheden geen betalingen aan schuldeisers zou opleveren, omdat het maandelijkse bedrag volledig op zou gaan aan kosten van bewindvoering. Daarnaast was het voor [A] vanwege gemeentelijk beleid niet mogelijk een saneringskrediet te verkrijgen, waardoor de spaarsanering de enige optie was.
De schuldhulpverlener en trajectbegeleider verklaarden toezichthoudende taken te zullen uitvoeren en ervoor te zorgen dat [A] zijn verplichtingen nakomt. De rechtbank vond dat het belang van [A] en de schuldeisers bij aanvaarding van het akkoord zwaarder woog dan het niet nader toegelichte belang van de weigeraars. Daarom werd het verzoek toegewezen onder de voorwaarde dat het percentage aan concurrente schuldeisers minimaal 21,13% bedraagt.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord in de vorm van een spaarsanering wordt toegewezen met een minimumuitkering van 21,13% aan concurrente schuldeisers.