ECLI:NL:RBAMS:2010:BP7542
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot teruggave schilderij uit nalatenschap en bewijsbeslissing over bezit
De zaak betreft een geschil tussen voormalig echtgenoten over de eigendom van een schilderij dat deel uitmaakt van het 1/13e aandeel van eiser in de nalatenschap van mevrouw [C]. Volgens eiser is het schilderij uitgesloten van de gemeenschap van goederen en blijft het zijn eigendom. Gedaagde betwist dit en voert aan dat het schilderij onderdeel is geworden van de inboedelverdeling in 1983 en dat zij eigenaar is geworden door verjaring.
De rechtbank stelt vast dat het schilderij inderdaad onderdeel uitmaakt van het 1/13e aandeel dat uitgesloten is van de gemeenschap van goederen. Gedaagde heeft onvoldoende bewijs geleverd dat het schilderij rechtmatig in haar eigendom is gekomen. Het beroep op verkrijgende verjaring faalt omdat gedaagde niet te goeder trouw was, gezien haar kennis van de huwelijksvoorwaarden.
Wel staat vast dat gedaagde het schilderij sinds de winter 1991-1992 in bezit heeft. De rechtbank laat gedaagde toe bewijs te leveren dat zij het schilderij onafgebroken bezit had vanaf 15 mei 1988 tot 1 maart 1992. Indien dit bewijs slaagt, wordt de vordering afgewezen; zo niet, wordt de teruggave toegewezen met een gematigde dwangsom. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en getuigenverhoor.
Uitkomst: Vordering tot teruggave toegewezen tenzij gedaagde bewijs levert van onafgebroken bezit tussen 1988 en 1992; vervolgprocedure aangehouden.