ECLI:NL:RBAMS:2010:BP7659
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot thuiswerken één dag per week wegens dienstbelang
Verzoeker, werkzaam als beleidsmedewerker bij de Minister van Veiligheid en Justitie, maakte gebruik van een regeling waardoor hij gemiddeld 30,6 uur per week werkt en één dag per week thuiswerkt. Na een mediationtraject is besloten dat dit niet langer wenselijk is vanwege het belang van de dienst en de noodzaak van aanwezigheid op kantoor. Verzoeker diende bezwaar in tegen het besluit om het thuiswerken te beëindigen en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek tot thuiswerken geen absoluut recht is en dat het besluit van verweerder om het thuiswerken te beëindigen terecht is genomen op grond van de Raamregeling Telewerken. De belangenafweging wees uit dat het belang van de dienst zwaarder weegt, mede vanwege de PAS-regeling en de noodzaak van samenwerking en overleg op kantoor.
De voorzieningenrechter verwierp het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening en stelde vast dat het bestreden besluit naar verwachting stand zal houden. Er was geen aanleiding om het besluit te schorsen of te wijzigen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening om thuis te mogen werken is afgewezen.