ECLI:NL:RBAMS:2010:BP9633
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij verkoop geldzakvennootschap met vervangingsreserve en onverhaalde belastingvordering
Deze civiele procedure betreft de aansprakelijkheid van verschillende partijen bij de verkoop van de geldzakvennootschap Marisan, waarin een vervangingsreserve was opgenomen. De Ontvanger van de Belastingdienst vordert betaling van een onverhaalde vennootschapsbelastingvordering over 1999, vermeerderd met rente en kosten, van diverse betrokkenen waaronder voormalig aandeelhouder en bestuurder [A], adviseurs [B] en KPMG, en de vennootschappen TFW en Tricorp.
De rechtbank stelt vast dat Marisan na verkoop aan TFW en vervolgens aan DGP feitelijk is leeggehaald, waardoor de vennootschapsbelasting niet kon worden voldaan. De Ontvanger verwijt [A] onzorgvuldig handelen maar kan niet aantonen dat hij wist of behoorde te weten dat Marisan zou worden leeggehaald. Ook [B] en KPMG kunnen geen bijzondere zorgplicht worden toegerekend jegens de Ontvanger. Tricorp wordt niet aansprakelijk gehouden vanwege onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen.
TFW en [C], als feitelijk bestuurder en beleidsbepaler van TFW, worden wel aansprakelijk gehouden wegens hun rol bij het leeghalen en leeg laten van Marisan zonder zekerheid te bedingen voor de belastingschuld. De rechtbank veroordeelt hen tot betaling van de belastingvordering en rente, en wijst de vorderingen tegen de overige gedaagden af.
Uitkomst: TFW en [C] worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de onverhaalde vennootschapsbelastingvordering en rente; overige vorderingen worden afgewezen.