ECLI:NL:RBAMS:2010:BP9637
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij verkoop geldzakvennootschap met vervangingsreserve en onverhaalde belastingvordering
De zaak betreft de verkoop van de geldzakvennootschap Marisan met een vervangingsreserve, waarbij de belastingdienst een onverhaalde vennootschapsbelastingvordering heeft. De Ontvanger vordert betaling van deze vordering van verschillende betrokkenen, waaronder voormalig aandeelhouder en bestuurder [A], adviseur [B] en KPMG, en de kopers TFW, Tricorp en [C].
De rechtbank stelt vast dat [A] niet aansprakelijk is omdat onvoldoende is bewezen dat hij wist of behoorde te weten dat Marisan zou worden leeggehaald. Ook de zorgplicht van adviseurs [B] en KPMG jegens de Ontvanger wordt verworpen wegens gebrek aan bewijs van een bijzondere zorgplicht en beroepsfout.
TFW heeft Marisan leeggehaald en geen zekerheid bedongen voor de belastingschuld, waardoor de vordering illusoir werd. Tricorp wordt niet aansprakelijk gehouden wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen. [C], als feitelijk bestuurder van TFW, wordt persoonlijk aansprakelijk gehouden wegens ernstig persoonlijk verwijt.
De rechtbank veroordeelt TFW en [C] tot betaling van de belastingvordering en rente, wijst de vorderingen tegen anderen af, en bepaalt de proceskostenverdeling.
Uitkomst: TFW en [C] worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van EUR 1.167.577,62 plus rente wegens onrechtmatig handelen, overige vorderingen worden afgewezen.