Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2010:BQ1279

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07.367-R en 07.368-R
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • K.D. van Ringen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing tussentijdse beëindiging schuldsanering ondanks boedelachterstand en nieuwe schulden

De schuldenaren zijn bij vonnis van 16 april 2007 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Na het ontstaan van een boedelachterstand en nieuwe schulden werd de regeling op 23 december 2009 tussentijds beëindigd en omgezet in faillissement. Het gerechtshof Amsterdam heeft echter bij arrest van 12 februari 2010 de looptijd van de regeling verlengd met een jaar om de schuldenaren in de gelegenheid te stellen de achterstanden in te lopen.

De schuldenaren hebben zich sinds oktober 2008 ingezet om aan hun verplichtingen te voldoen, waaronder meer werken en budgetbeheer. De rechtbank overweegt dat de afdrachtverplichting gedurende de verlenging niet kan worden gehandhaafd zonder dat de boedelachterstand en nieuwe schulden kunnen worden ingelopen. De rechtbank concludeert dat de tekortkoming in de afdrachtverplichting de schuldenaren niet in redelijkheid kan worden tegengeworpen.

De rechter-commissaris adviseerde dat de afdrachtverplichting onverkort van toepassing blijft, maar de rechtbank volgt het standpunt van de schuldenaren en de bewindvoerder dat de gehele aflossingscapaciteit mag worden gebruikt voor het inlopen van schulden. De rechtbank wijst daarom het verzoek tot tussentijdse beëindiging af en laat de schuldsaneringsregeling voortduren.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling af en laat de regeling voortduren.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector civiel recht
insolventienummers: 07.367-R en 07.368-R
uitspraakdatum: 15 december 2010
afwijzing tussentijdse beëindiging schuldsanering
Bij vonnis van deze rechtbank van 16 april 2007 is de schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:
[A],
geboren op -- 1967 te --,
voorheen handelend onder de naam: SCHOONMAAK-ONDERHOUDSBEDRIJF [Aa],
laatstelijk ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam onder nummer: --.---.---,
(voorheen) gevestigd te --,
en
[B],
geboren op -- 1970 te --,
beiden wonende te --,
- hierna te noemen: de schuldenaren.
Verloop van de schuldsaneringsregeling.
Bij vonnis van deze rechtbank van 16 april 2007 zijn de schuldenaren toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Bij vonnis van deze rechtbank van 23 december 2009 is de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd en omgezet in een faillissement, omdat
- schuldenares een boedelachterstand van € 5.873,- en een nieuwe schuld bij Zorg & Zekerheid van
€ 1.123,- heeft laten ontstaan en
- de schuldenaar een boedelachterstand van € 6.305,20 (exclusief betaling aan de boedel van de
waarde van zijn aandelenportefeuille ad. € 1.000,- en exclusief de in mindering op de
boedelachterstand te brengen verwachte betaling aan de boedel van de opbrengst van de gewonnen
procedure tegen de voormalige werkgever van de schuldenaar ad. € 2.000,-) en een nieuwe schuld bij
Zorg & Zekerheid van € 1.198,- en een nieuwe schuld aan gemeentelijke belastingen van € 559,-
heeft laten ontstaan.
Bij arrest van 12 februari 2010 heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van 23 december 2009 vernietigd en de looptijd van de schuldsaneringsregeling op vier jaar bepaald. De schuldenaren hebben zich blijkens voornoemd arrest sinds het verhoor ten overstaan van de rechter-commissaris in oktober 2008 ingezet hun verplichtingen alsnog naar behoren na te komen. Zo zijn de schuldenaren meer uren gaan werken, hebben zij zich aangemeld voor budgetbeheer en hebben zij (nagenoeg) voldaan aan de inlichtingenverplichting. In deze omstandigheden heeft het gerechtshof aanleiding gezien “de looptijd van de schuldsaneringsregeling met een jaar te verlengen teneinde hen in de gelegenheid te stellen de schuldsaneringsregeling met goed gevolg te beëindigen. [A] c.s. dienen daartoe hun informatieplicht volledig na te komen en voorts in overleg met Balans en de bewindvoerder de boedelachterstand en de nieuw ontstane schulden in te lopen. Zij dienen zich voorts te realiseren dat alle verplichtingen voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling tijdens de verlenging onverkort van toepassing zullen blijven.”
- 2 -
Op 2 april 2010 heeft de rechter-commissaris de schuldsaneringsregeling wederom voorgedragen
voor tussentijdse beëindiging, omdat de schuldenaren hebben verzuimd de bewindvoerder te informeren over hun inkomsten en uitgaven en omdat zij sinds 22 december 2009 niet meer hebben afgedragen aan de boedel. Deze voordracht tot tussentijdse beëindiging van de schuldsanerings-regeling is behandeld ter terechtzitting van 12 mei 2010, alwaar de bewindvoerder en de schuldenaren zijn verschenen. De bewindvoerder heeft ter terechtzitting van 12 mei 2010 verklaard dat de schuldenaren alsnog de inlichtingenverplichting zijn nagekomen en dat zij hun aflosverplichtingen hebben hervat. De raadsman van de schuldenaren heeft ter terechtzitting van 12 mei 2010 betoogd dat niet van de schuldenaren verlangd kan worden dat zij gedurende de verlenging zowel de boedelachterstand en de nieuwe schulden voldoen als de afdrachtverplichting nakomen. Daarmee zou volgens de raadsman geen recht worden gedaan aan het arrest van het gerechtshof, waarbij de looptijd van de schuldsaneringsregeling juist is verlengd om de schuldenaren in de gelegenheid te stellen de boedelachterstand en de nieuwe schulden alsnog te voldoen. De raadsman verzoekt de rechtbank dan ook te bepalen dat de schuldenaren gedurende de verlenging hun gehele aflossingscapaciteit mogen aanwenden om de boedelachterstand en de nieuwe schulden te voldoen. De bewindvoerder heeft zich bij dit verzoek aangesloten. De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 19 mei 2010 bepaald dat op het verzoek van de raadsman zal worden beslist nadat de rechter-commissaris daaromtrent advies heeft uitgebracht. De behandeling is vervolgens pro forma aangehouden tot 13 oktober 2010 om de schuldenaren in de gelegenheid te stellen hun voorstel tot het inlopen van de boedelachterstand en de nieuwe schulden gestand te doen door maandelijks minimaal € 1.000,- aan de boedel af te dragen. De bewindvoerder heeft de rechtbank ter terechtzitting van 13 oktober 2010 bericht dat de schuldenaren deze aflosverplichtingen zijn nagekomen. De behandeling is daarna in afwachting van het advies van de rechter-commissaris pro forma aangehouden tot 17 november 2010. Het advies/de beslissing van de rechter-commissaris van 10 november 2010 met betrekking tot de afdrachtverplichting gedurende de verlenging is gehecht aan het proces-verbaal van de pro forma behandeling van 17 november 2010, welke behandeling pro forma is aangehouden tot 8 december 2010 om de schuldenaren en/of de bewindvoerder in de gelegenheid te stellen op dat advies/die beslissing van de rechter-commissaris te reageren. Ter terechtzitting van 8 december 2010 is niemand verschenen.
Standpunt rechter-commissaris.
De rechter-commissaris heeft zich in zijn advies/beslissing van 10 november 2010 op het standpunt gesteld dat slechts de rechter-commissaris bevoegd is het vrij te laten bedrag zodanig te verhogen dat de aflossingscapaciteit minus salaris bewindvoerder kan worden aangewend ter betaling van nieuwe schulden en het inlopen van de boedelachterstand. Deze bevoegdheid komt de rechtbank en - in hoger beroep - het hof sinds de wetswijziging van 1 januari 2008 niet langer toe. Nu het gerechtshof heeft bepaald dat gedurende de verlenging alle verplichtingen onverkort van toepassing zijn en de schuldenaren een verwijt treft met betrekking tot het ontstaan van de boedelachterstand en de nieuwe schulden, ziet de rechter-commissaris geen aanleiding de afdrachtverplichting gedurende de verlenging te beperken.
Standpunt Schuldenaren.
Om de boedelachterstand en de nieuwe schulden te voldoen moeten de schuldenaren rondkomen van een bedrag dat onder de bijstandsnorm ligt. Het is dan ook onmogelijk om gedurende de verlenging tevens de afdrachtverplichting na te komen. De uitspraak van het gerechtshof, waarbij de schuldenaren de gelegenheid wordt gegeven om de schuldsaneringsregeling met goed gevolg te beëindigen, kan dan ook niet zo worden opgevat dat de boedelachterstand moet worden voldaan, terwijl de afdrachtverplichting van kracht blijft.
Beoordeling.
Bij arrest van 12 februari 2010 heeft het gerechtshof de looptijd van de schuldsaneringsregeling verlengd om de schuldenaren in de gelegenheid te stellen de schuldsaneringsregeling tot een goed einde te brengen door de boedelachterstand en de nieuwe schulden te voldoen. Het gerechtshof heeft daarbij bepaald dat gedurende de verlenging alle verplichtingen, waaronder de afdrachtverplichting, onverkort van toepassing zouden blijven. Vastgesteld moet worden dat de boedelachterstand en de nieuwe schulden niet kunnen worden ingelopen onder gelijktijdige handhaving van de afdracht-verplichting en dat dit gegeven ten tijde van de beslissing tot verlenging kenbaar was.
- 3 -
Aldus beschouwd mochten de schuldenaren aan voornoemd arrest het vertrouwen ontlenen dat zij de schone lei zouden krijgen als zij de boedelachterstand en de nieuwe schulden zouden voldoen en zij de overige verplichtingen, behoudens de afdrachtverplichting, zouden nakomen. Naar het oordeel van de rechtbank kan in de gegeven situatie de tekortkoming in de afdrachtverplichting de schuldenaren dan ook in redelijkheid niet worden tegengeworpen, voor zover de aflossingscapaciteit boven het salaris bewindvoerder gedurende de verlenging van de schuldsaneringsregeling wordt benut om de boedelachterstand en de nieuwe schulden van vóór de verlenging te betalen.
De rechtbank ziet op grond van het voorgaande thans geen aanleiding de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen. De rechtbank zal de voordracht van de rechter-commissaris daarom afwijzen en de schuldsaneringsregeling laten voortduren.
BESLISSING
De rechtbank:
- wijst de voordracht tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt voortgezet.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.D. van Ringen en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2010.