ECLI:NL:RBAMS:2010:BQ7174
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Biller
- Rechtspraak.nl
Beoordeling strafbaarheid van spacecake volgens lijst I en II van de Opiumwet
Op 23 september 2010 vond de terechtzitting plaats bij de politierechter in Amsterdam in de zaak tegen verdachte met betrekking tot het bezit van hennepplanten, gedroogde hennep en spacecake. De officier van justitie vorderde een geldboete voor de bewezenverklaarde feiten. Verdachte verklaarde dat hij spacecake kocht van bekende kwaliteit en had deze in een smartshop bewaard.
De kern van het geschil betrof de kwalificatie van de spacecake onder lijst I of lijst II van de Opiumwet, afhankelijk van de bereidingswijze: met gemalen hennep/hasj (lijst II) of met een extract van hennep/boter (lijst I). Forensisch onderzoek kon niet met zekerheid vaststellen welke methode was gebruikt. De politierechter stelde vast dat er geen microscopisch onderzoek was gedaan en dat het blote oog niet altijd onderscheid kan maken.
De politierechter oordeelde dat het bewezen geachte bezit van hennepplanten en gedroogde hennep strafbaar was en legde een geldboete op. Voor het bezit van spacecake werd verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor een strafbare kwalificatie. Tevens werd overwogen dat het zonder toestemming openen van de koelkast geen bewijsuitsluiting rechtvaardigde.
Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €200 voor het bezit van hennep en vrijgesproken voor het bezit van spacecake. Het vonnis bevatte tevens een toelichting op de gebruikte onderzoeksmethoden en de juridische interpretatie van de Opiumwet.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete voor bezit van hennep en vrijgesproken voor bezit van spacecake wegens onvoldoende bewijs voor strafbaarheid.