ECLI:NL:RBAMS:2010:BT6524
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- M. van Hees
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot teruggave bankgarantie wegens ondeugdelijke beslaggrond
Eiser en gedaagde, TPA, sloten een bevrachtingsovereenkomst waarbij eiser goederen voor TPA zou vervoeren tegen een vaste vrachtvergoeding. Na beëindiging van deze overeenkomst door eiser wegens betalingsachterstanden legde TPA conservatoir beslag op het motortankschip van eiser en stelde eiser een bankgarantie ten gunste van TPA om het beslag op te heffen.
Eiser vordert in kort geding de teruggave van deze bankgarantie omdat de aan het beslag ten grondslag gelegde vorderingen volgens hem summierlijk ondeugdelijk zijn, onder meer omdat verrekening heeft plaatsgevonden en TPA geen recht meer heeft op de garantie. TPA betwist dit en beroept zich op het Rotterdams Garantieformulier dat teruggeven van de garantie pas mogelijk maakt na een definitieve afwijzing van de vorderingen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser bij het stellen van de garantie het recht heeft behouden deze in kort geding terug te vorderen, waardoor het standaardbeding van het garantieformulier niet kan tegenwerpen. Verder is vastgesteld dat de vorderingen van TPA voorshands ondeugdelijk zijn, mede omdat TPA onjuiste feiten aan het beslag ten grondslag heeft gelegd en de verrekening door eiser aannemelijk is gemaakt.
Daarom bestaat geen belang meer voor TPA om de bankgarantie te behouden en wordt de vordering tot teruggave toegewezen. Tevens wordt TPA veroordeeld tot betaling van een dwangsom en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: TPA wordt veroordeeld tot teruggave van de bankgarantie en betaling van een dwangsom en proceskosten.