ECLI:NL:RBAMS:2010:BU4470
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- N.C.H. Blankevoort
- R.A.J. van der Linde
- M.W. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid in megazaak
In deze zaak heeft verzoeker een schriftelijk wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de meervoudige strafkamer die belast is met de behandeling van zijn strafzaak, onderdeel van een megazaak met elf verdachten. Het wrakingsverzoek is gebaseerd op uitlatingen van de rechter in telefoongesprekken met de raadsman van verzoeker, waarin de rechter zijn verbazing en zorg over de voortgang van het proces uitte.
Verzoeker was niet verschenen op een zitting wegens een betwiste dagvaarding die niet rechtsgeldig was betekend, wat later werd bevestigd door onderzoek. De verdediging stelt dat het verstek onterecht is verleend en dat de dagvaarding nietig verklaard moet worden. De rechter heeft in gesprekken aangegeven de voortgang van het proces te willen bewaken en het verhoor van getuigen niet te willen vertragen.
De rechtbank heeft de uitlatingen van de rechter beoordeeld en geoordeeld dat deze slechts uitdrukking geven aan verbazing en zorg over de procesgang en niet duiden op vooringenomenheid. Er is geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Verzoeker krijgt nog de mogelijkheid om zijn verweren te bespreken en aan te vechten. Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen.
De beslissing is genomen tijdens een openbare zitting waarbij alle betrokkenen zijn gehoord. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open volgens artikel 515 lid 5 Sv Pro.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de strafkamer wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.