ECLI:NL:RBAMS:2010:BU4475
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- F.G. Bauduin
- G.H. Marcus
- W.M. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rolrechter in civiele procedure
Verzoeker, gedaagde in een civiele procedure bij de sector kanton van de rechtbank Amsterdam, diende een wrakingsverzoek in tegen de rolrechter die op 3 juni 2010 de procedurele behandeling van zijn zaak voerde. Verzoeker klaagde dat hij telkens met andere rechters te maken kreeg en dat niemand echt naar zijn zaak keek, terwijl hij meerdere samenhangende procedures had. Hij wilde dat de rechter zijn gehuurde pand zou komen bekijken.
De rolrechter lichtte toe dat zij slechts als rolrechter handelde, waarbij op rolzittingen meerdere zaken worden behandeld door verschillende rechters, en dat het uiteindelijke vonnis wordt gewezen door de rechter die de zaak inhoudelijk behandelt. De rechtbank oordeelde dat de rolrechter geen inhoudelijke beslissingen nam en dat het systeem van rolzittingen juist voorziet in wisselende rechters voor procesrechtelijke beslissingen.
De rechtbank beoordeelde het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 36 Rv Pro, waarbij de onpartijdigheid van rechters wordt vermoed tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. Zowel het subjectieve als het objectieve criterium werden toegepast. De rechtbank vond geen aanwijzingen voor subjectieve partijdigheid en ook geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.
Omdat verzoeker geen feiten of omstandigheden had gesteld die tot een ander oordeel konden leiden, wees de rechtbank het wrakingsverzoek af. De procedure werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rolrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.