ECLI:NL:RBAMS:2010:BU4489
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- F.G. Bauduin
- G.H. Marcus
- W.H. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid in civiele comparitie
Verzoeker, eiser in een civiele procedure tegen zijn broer, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die tijdens een comparitie geen toestemming gaf voor het overleggen van een pleitnota en verzoeker het woord ontnam. Verzoeker stelde dat zijn advocaat niet bekend was met de richtlijnen van de rechtbank en dat hij onvoldoende gelegenheid kreeg zijn visie te geven, mede doordat hij de zittingszaal werd uitgezet.
De rechtbank oordeelde dat een comparitie een ander doel dient dan een pleidooi en dat het niet vanzelfsprekend is dat pleitnota's mogen worden overgelegd. De rechter had de pleitnota grotendeels in het proces-verbaal opgenomen en de advocaat mocht het merendeel voordragen. Het ontnemen van het woord en het bevel om de zaal te verlaten waren procesbeslissingen die de rechter toekomen en niet in een wrakingsprocedure kunnen worden aangevochten.
De rechtbank vond geen aanwijzingen voor subjectieve of objectieve partijdigheid van de rechter. Verzoeker had voldoende gelegenheid zijn standpunten te uiten en was aanwezig bij het voorlezen van het proces-verbaal. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de procedure werd voortgezet zoals die was ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.