ECLI:NL:RBAMS:2010:BU7812
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- A.J. Beukenhorst
- T.P.J. de Graaf
- C.M. Degenaar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking kantonrechter wegens gebrek aan objectieve vrees voor vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter wegens vermeende partijdigheid. Het verzoek is gebaseerd op meerdere gronden, waaronder het niet reageren van de rechter op een brief, het alleen zijn van de wederpartij met de rechter voorafgaand aan de zitting, en het niet toestaan van een reactie op nieuwe feiten en berekeningen ter zitting.
De rechtbank heeft beoordeeld of deze omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing vormen dat de rechter niet onpartijdig zou zijn. De rechter heeft verklaard dat procesbeslissingen niet ter wraking kunnen worden gesteld en dat hij geen aanleiding zag om te twijfelen aan de verklaringen van de wederpartij. Ook is toegelicht dat de rechter afhankelijk is van mededelingen van de bode en griffier, en dat het enkele feit dat de wederpartij vijf minuten alleen met de rechter was geen vooringenomenheid impliceert.
Hoewel verzoeker subjectief het gevoel had dat de zaak niet onpartijdig werd behandeld, is dit volgens de rechtbank niet objectief gerechtvaardigd. De wrakingskamer concludeert dat de rechter uit hoofde van zijn functie moet worden vermoed onpartijdig te zijn, en dat de aangevoerde feiten onvoldoende zijn om deze vermoeden te weerleggen.
De rechtbank wijst het verzoek tot wraking af en stelt dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat. Hiermee blijft de kantonrechter bevoegd om de zaak te behandelen.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.