ECLI:NL:RBAMS:2010:BU8459
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- F.G. Bauduin
- J. Knol
- M.W. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende partijdigheid en procedurele bezwaren
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden van de meervoudige strafkamer die belast zijn met zijn strafzaak, op grond van vermeende partijdigheid. De grondslag van het verzoek was dat de rechtbank het verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting had afgewezen en dat de oudste rechter vragen stelde aan een medeverdachte zonder de raadsman van verzoeker in de gelegenheid te stellen hierop te reageren.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek behandeld op basis van schriftelijke toelichtingen en een openbare zitting. De oudste rechter heeft toegelicht dat de vragen aan de medeverdachte normaal waren en niet gericht op verzoeker, en dat de behandeling van de zaken gelijktijdig maar niet gevoegd was. De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van bevooroordeeldheid en adviseerde afwijzing.
De wrakingskamer heeft geoordeeld dat de rechtbank onpartijdig moet worden vermoed en dat het verzoek alleen kan slagen bij zwaarwegende aanwijzingen van partijdigheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De afwijzing van het verzoek tot aanhouding is een inhoudelijke beslissing die geen aanleiding geeft tot vrees voor partijdigheid. Ook het optreden van de oudste rechter bij de vraagstelling aan de medeverdachte geeft geen objectief gerechtvaardigde vrees.
De wrakingskamer concludeert dat de aangevoerde feiten en omstandigheden onvoldoende zijn om de onpartijdigheid van de rechters in twijfel te trekken. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen en de zaak wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.