ECLI:NL:RBAMS:2010:BU8465
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- G.H. Marcus
- F. Salomon
- M.V. Ulrici
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek wegens schijn van partijdigheid familierechter in echtscheidingsprocedure
In deze zaak diende verzoeker een mondeling wrakingsverzoek in op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tegen de familierechter belast met zijn echtscheidingsprocedure. Verzoeker stelde dat de rechter niet onbevooroordeeld was en onvoldoende distantie bewaarde, hetgeen bleek uit ter zitting gemaakte opmerkingen en de wijze van bejegening.
De rechtbank constateerde dat de rechter ondanks haar integere bedoelingen concrete aanwijzingen gaf die de indruk van partijdigheid konden wekken. Zo werd verzoeker beperkt in zijn spreektijd en op een snauwende toon toegesproken, terwijl de wederpartij uitgebreid aan het woord kwam. Ook stelde de rechter vragen die in strijd waren met het dossier en een brief van de Jeugdriagg, wat de indruk wekte dat de rechter de stellingen van de wederpartij voor waar aannam.
Hoewel de rechter haar excuses aanbood voor het afkappen van verzoeker, vond de wrakingskamer dat dit onvoldoende was om de schijn van partijdigheid weg te nemen. De rechtbank oordeelde dat de objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bij verzoeker aanwezig was en wees het wrakingsverzoek toe. De zaak zal worden voortgezet door een andere rechter.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de familierechter is toegewezen wegens de schijn van partijdigheid, waarna de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.