ECLI:NL:RBAMS:2010:BV1274
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onaanvaardbare financiële last bij lease-overeenkomst en schadeverdeling
In deze civiele zaak staat centraal of de bank haar onderzoeksplicht heeft nageleefd bij het aangaan van een lease-overeenkomst met eiser, en of deze overeenkomst een onaanvaardbare zware financiële last voor eiser opleverde. De rechtbank concludeert dat de bank had moeten onderkennen dat het inkomen van eiser in 1998 incidenteel hoger was en dat daarom een lager netto maandinkomen had moeten worden gehanteerd bij de beoordeling van de financiële draagkracht.
De berekening van de netto woonlasten wordt gebaseerd op het standaard belastingtarief van 37,05%, waarbij ook de kosten van de beleggingsverzekering worden meegenomen. Andere woonlasten zoals lokale heffingen en energielasten worden niet meegenomen omdat deze al in de Nibud-basisnorm zijn verwerkt. De rechtbank volgt de jurisprudentie van het Amsterdamse hof met betrekking tot de verdeling van de schade, waarbij een derde deel van de schade wegens eigen schuld voor rekening van eiser blijft.
De rechtbank veroordeelt de bank tot betaling van een schadevergoeding aan eiser van €13.913,66, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 6 januari 2006. Eiser wordt veroordeeld tot betaling aan de bank van €3.739,71, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 januari 2006. Beide partijen worden veroordeeld in hun proceskosten. De vordering met betrekking tot de BKR-registratie wordt afgewezen omdat eiser nog betalingsverplichtingen heeft jegens de bank.
Uitkomst: De bank wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan eiser, terwijl eiser een deel van de restschuld aan de bank moet voldoen.