ECLI:NL:RBAMS:2011:BP1577
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.B. Kleiss
- C.F. de Lemos Benvindo
- R. Raat
- Rechtspraak.nl
Weigering exploitatie- en drank- en horecavergunningen wegens betrokkenheid bij drugshandel en witwassen
De rechtbank Amsterdam heeft op 21 januari 2011 uitspraak gedaan in een zaak waarin de exploitatievergunning en de drank- en horecavergunningen van La Vie en Proost B.V. en La Vie en Rose B.V. werden geweigerd. De weigering was gebaseerd op adviezen van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) die aannemelijk maakten dat betrokkenen strafbare feiten hadden gepleegd die verband houden met drugshandel en witwassen.
De rechtbank oordeelde dat verweerders op goede gronden mochten aannemen dat de betrokkenen, waaronder [naam 4] en [naam 5], zich ook na 1996 met drugshandel bleven bezighouden en dat zij de opbrengsten van deze activiteiten hadden witgewassen. Verder werd geoordeeld dat deze personen zeggenschap hadden over de bedrijfsvoering van de eiseressen en in een zakelijk samenwerkingsverband met hen stonden.
De rechtbank verwierp de bezwaren van de eiseressen, waaronder het argument dat de oudere veroordelingen niet relevant zouden zijn en dat de Wet Bibob misbruikt zou worden om prostitutie terug te dringen. De rechtbank vond dat de weigering van de vergunningen proportioneel was en dat het belang van het voorkomen van criminele activiteiten zwaarder woog dan het belang van de individuele exploitanten.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de vergunningen wegens betrokkenheid bij drugshandel en witwassen.