ECLI:NL:RBAMS:2011:BP2315
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Uitspraak over executieoverlevering Polen deels toegestaan wegens strafbare feiten
De Rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot executieoverlevering van een Poolse opgeëiste persoon, die een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van 1 jaar en 2 maanden moet uitzitten. De straf betreft twee feiten: illegale handel in verdovende middelen en bezit van een kleine hoeveelheid marihuana.
De rechtbank oordeelde dat het eerste feit voldoet aan de voorwaarden van de Overleveringswet en dat de overlevering daarvoor toegestaan moet worden. Voor het tweede feit, het bezit van minder dan 30 gram marihuana, ontbreekt in Nederland een vrijheidsstraf van minimaal twaalf maanden, waardoor niet aan het vereiste van dubbele strafbaarheid is voldaan. Daarom wordt de overlevering voor dit feit geweigerd.
Verder werd vastgesteld dat geen garantie ex artikel 12 OLW Pro vereist is, omdat geen sprake is van een verstekvonnis. De opgeëiste persoon voerde aan niet op de hoogte te zijn gesteld van de herroeping van zijn voorwaardelijke straf, maar dit verweer werd verworpen.
De rechtbank besloot de overlevering toe te staan voor het eerste feit en te weigeren voor het tweede. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Overlevering aan Polen toegestaan voor illegale handel in verdovende middelen, geweigerd voor bezit kleine hoeveelheid softdrugs.