ECLI:NL:RBAMS:2011:BP2318
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Overlevering Litouwse verdachte grotendeels toegestaan wegens dubbele strafbaarheid
De rechtbank Amsterdam behandelde op 21 januari 2011 een vordering tot overlevering van een persoon aan Litouwen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 4 december 2009. De verdachte wordt verdacht van acht strafbare feiten volgens Litouws recht, waaronder georganiseerde diefstal en vernieling.
De rechtbank stelde vast dat voor zeven van de acht feiten aan de voorwaarden van de Nederlandse Overleveringswet (OLW) is voldaan, waaronder het vereiste van dubbele strafbaarheid en de eis dat de maximale straf in Litouwen ten minste twaalf maanden gevangenisstraf bedraagt. Voor het vijfde feit werd de overlevering geweigerd omdat de maximale straf in Litouwen slechts 45 dagen hechtenis bedraagt, wat niet voldoet aan de OLW-eis.
De identiteit van de verdachte werd bevestigd en de procedure vond plaats in aanwezigheid van de officier van justitie en de raadsman, waarbij de verdachte afstand deed van zijn recht om gehoord te worden. De rechtbank besloot de overlevering voor de overige feiten toe te staan en wees het beroep tegen deze beslissing uitdrukkelijk uit.
De uitspraak is gebaseerd op artikelen 2, 5, 7, 22 en 29 van de Overleveringswet en artikelen 47 en 350 van het Wetboek van Strafrecht. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het internationale strafrechtelijke samenwerkingskader binnen de EU.
Uitkomst: Overlevering van de verdachte aan Litouwen wordt toegestaan voor zeven feiten en geweigerd voor één feit wegens onvoldoende dubbele strafbaarheid.