ECLI:NL:RBAMS:2011:BP5057
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige schorsing groepsverbod voetbalwet wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing en belangenafweging
Verzoeker kreeg van de burgemeester van Amsterdam een groepsverbod opgelegd op grond van artikel 172a van de Gemeentewet, gericht tegen voetbalvandalisme en ernstige overlast rond Ajax-wedstrijden. Het verbod geldt voor drie maanden in het gebied rond de Arena en het centrum van Amsterdam, met een meldingsplicht op wedstrijddagen.
Verzoeker betwistte het besluit en vroeg om een voorlopige voorziening. De rechtbank oordeelt dat het politierapport waarop het besluit is gebaseerd te globaal is en onvoldoende concrete aanwijzingen bevat over de rol van verzoeker bij de ordeverstoringen. Ook ontbreekt een motivering waarom het zware groepsverbod noodzakelijk is en niet een minder ingrijpende maatregel volstaat.
De rechtbank stelt dat alleen ordeverstoringen na de inwerkingtreding van de voetbalwet op 1 september 2010 mogen worden meegewogen. De rapportage bevat geen voldoende feitelijke grondslag om aan te nemen dat verzoeker herhaaldelijk deel uitmaakte van een ordeverstorende groep of dat hij een leidende rol had.
Vanwege deze onzorgvuldigheden en het ontbreken van een belangenafweging wordt het groepsverbod voorlopig geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Het groepsverbod wordt voorlopig geschorst wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing en het ontbreken van een belangenafweging.