ECLI:NL:RBAMS:2011:BP5141
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toerekenbare tekortkoming bank in risicovol beleggingsbeleid met perpetuele obligaties
In deze civiele zaak stond centraal of de bank ([B]) haar verplichtingen uit hoofde van een vermogensbeheerovereenkomst met [A] Beheer was nagekomen. De portefeuille bevatte vanaf 2004 een toenemend aandeel in steepeners en perpetuele leningen, waaronder floating rate notes (FRN), die meer risico's kennen dan traditionele obligaties. De deskundige concludeerde dat deze effecten als categorie II beleggingen moesten worden aangemerkt en dat een belegging van maximaal 25% passend was.
De rechtbank stelde vast dat de bank meer dan 25% van de portefeuille in deze risicovolle effecten had belegd, waarmee zij tekort was geschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen. Hoewel de bank stelde dat [A] Beheer met het beleid had ingestemd, was onvoldoende gebleken dat de bank de cliënt uitdrukkelijk had gewezen op de hogere risico's verbonden aan deze beleggingen.
De schade was op het moment van vonnis nog niet te begroten omdat de portefeuille deels ongewijzigd werd aangehouden en koersherstel had plaatsgevonden. De rechtbank veroordeelde de bank tot schadevergoeding nader op te maken bij staat en tot betaling van proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen.
Uitkomst: De bank is toerekenbaar tekortgeschoten door meer dan 25% van de portefeuille in risicovolle effecten te beleggen zonder cliënt adequaat te informeren en wordt veroordeeld tot schadevergoeding nader op te maken.