ECLI:NL:RBAMS:2011:BP9468
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Schorsing rugbyspeler wegens dopinggebruik geschorst in afwachting bodemprocedure
De rechtbank Amsterdam behandelde een kort geding waarin een rugbyspeler, lid van de Nederlandse Rugby Bond, bezwaar maakte tegen een schorsingsmaatregel van twee jaar wegens het aantreffen van methylhexanamine in zijn lichaam. De speler betwistte de schorsing onder meer vanwege schending van het EVRM, disproportionaliteit van de straf en belemmering in zijn verdediging.
De rechtbank oordeelde dat de regels van de Rugbybond, waaronder het 'strict liability' principe, in principe gerespecteerd moeten worden en niet in strijd zijn met de onschuldpresumptie. Wel werd erkend dat de opgelegde standaardstraf van twee jaar zwaar is en dat bijzondere omstandigheden, zoals het feit dat methylhexanamine alleen in 2010 als niet-specifieke stof op de dopinglijst stond en de goede trouw van de speler, meewegen.
Gezien de onomkeerbare gevolgen van de schorsing en de mogelijkheid dat de bodemrechter de maatregel vernietigt, werd de schorsing geschorst totdat in de bodemprocedure een definitief oordeel is gegeven. De Rugbybond werd veroordeeld in de proceskosten van de speler.
Uitkomst: De schorsing van de rugbyspeler wegens dopinggebruik wordt geschorst totdat de bodemrechter over de vernietiging van de maatregel beslist.