ECLI:NL:RBAMS:2011:BP9687
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot aanvraag machtiging uithuisplaatsing minderjarige in gesloten setting
In deze kortgedingprocedure vordert de moeder dat de gezinsvoogdijinstelling verplicht wordt om een machtiging tot uithuisplaatsing van haar zoon aan te vragen. De voorzieningenrechter verwijst naar een eerder tussenvonnis waarin werd vastgesteld dat de situatie van de minderjarige niet ongewijzigd kan blijven en dat een machtiging voor een gesloten setting overwogen moet worden.
De kinderrechter had eerder geoordeeld dat een machtiging uithuisplaatsing niet noodzakelijk was, maar dat het aanvragen van een machtiging wel van belang kon zijn om snel te kunnen handelen bij noodsituaties. Psychiatrische rapporten bevestigen ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen en adviseren opname in een gesloten setting, mede vanwege het frequente wegloopgedrag en schoolverzuim van de minderjarige.
De voorzieningenrechter oordeelt dat opname in een gesloten setting noodzakelijk is om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de benodigde zorg onttrekt. De gezinsvoogdijinstelling wordt daarom gelast binnen 14 dagen een verzoek tot machtiging ex artikel 29b of 29c Wet op de Jeugdzorg in te dienen. De keuze tussen een reguliere of voorlopige machtiging is aan de beleidsvrijheid van de instelling. Tevens wordt de gezinsvoogdijinstelling veroordeeld in de proceskosten van de moeder.
Uitkomst: De gezinsvoogdijinstelling wordt gelast binnen 14 dagen een verzoek tot (spoed)machtiging uithuisplaatsing van de minderjarige in te dienen.