ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ1224
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van zestien miljoen euro na veroordeling witwassen en drugshandel
De rechtbank Amsterdam heeft op 14 april 2011 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een man die eerder door het hof Amsterdam is veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf voor gewoontewitwassen en drugshandel. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tot een bedrag van circa €16 miljoen.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het arrest van het hof, diverse financiële rapporten en proces-verbalen van opsporingsambtenaren. Uit het dossier bleek dat verdachte geen legale inkomsten had, geen bankrekening of administratie bijhield, en zijn activiteiten en bezittingen systematisch verhulde. De winst uit de drugshandel, waaronder de verkoop van viagrapillen en wiet, werd geschat op miljoenen euro’s.
De verdediging voerde aan dat bepaalde bedragen in de boekhouding als uitgaven moesten worden gezien, maar de rechtbank verwierp dit verweer wegens gebrek aan bewijs. De rechtbank schatte het wederrechtelijk verkregen voordeel op €16.010.000 en legde een betalingsverplichting van €16.000.000 op aan verdachte.
De rechtbank erkende dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden en matigde het bedrag daarom met €10.000. De opbrengsten van verbeurd verklaarde voorwerpen worden in mindering gebracht op het te betalen bedrag. De uitspraak werd gewezen door een meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte is verplicht €16.000.000 aan de Staat te betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.