ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ2977
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.W.K. van der Valk Bouman
- M. Haisma
- L.S. Frakes
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling en handel in BMK
S&D Oil B.V. hield zich bezig met oliehandel en milieutechnologie en werd in 2008 failliet verklaard. Curatoren stelden [A] c.s., statutair bestuurder via WRT Beheers- en Beleggingsmaatschappij B.V., aansprakelijk wegens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling en onrechtmatige daad. De curatoren wezen op het niet tijdig deponeren van jaarrekeningen, ondeugdelijke administratie en strafbare feiten waaronder handel in BMK zonder vergunning.
De rechtbank oordeelde dat de jaarrekeningen van 1994, 1995 en 1996 niet tijdig waren gedeponeerd en dat de administratie van S&D Oil ondeugdelijk was, zoals ook bevestigd in fiscale procedures. Verder werd [A] in een strafzaak veroordeeld voor handel in BMK en deelname aan een criminele organisatie. Deze feiten kwalificeerden als kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Het verweer van [A] c.s. dat het faillissement door andere omstandigheden werd veroorzaakt, zoals de voorlopige hechtenis van de directie, werd verworpen. De rechtbank stelde vast dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement was. De vordering tot aansprakelijkheid werd toegewezen, waarbij het exacte bedrag van het tekort nog niet was vastgesteld. [A] c.s. werd veroordeeld tot betaling van het tekort dat niet door vereffening kon worden voldaan en tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [A] c.s. hoofdelijk tot betaling van het tekort in het faillissement wegens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling.