ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3615
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor illegale verhuur zonder huisvestingsvergunning
Eiser verhuurde zijn huurwoning zonder de vereiste huisvestingsvergunning aan een derde, wat in strijd is met artikel 7, tweede lid, van de Huisvestingswet. Verweerder legde op grond van de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2010 een bestuurlijke boete van €3.000 op, conform de geldende regels voor een eerste overtreding en niet-bedrijfsmatige exploitatie.
Eiser voerde aan dat zijn huurder de woning direct na de controle had verlaten en dat hij slechts iemand wilde helpen, maar de rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren om de boete te verlagen. De rechtbank toetste de boete aan het evenredigheidsbeginsel uit artikel 6 EVRM Pro en concludeerde dat de opgelegde boete passend is gezien de ernst van de overtreding en de omstandigheden.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die een lagere boete rechtvaardigen en dat het feit dat eiser zich liet betalen voor het onderverhuren en dat hij de situatie direct beëindigde, geen reden was om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €3.000 wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.