ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3831
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A.J. van der Linde
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot beëindiging huurovereenkomst wegens campuscontract en dringend eigen gebruik
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Duwo en [gedaagde] over de beëindiging van een huurovereenkomst van onbepaalde tijd voor een kamer in [adres]. Duwo wil de huurovereenkomst beëindigen omdat zij een campuscontract wil toepassen dat alleen voor studenten geldt, en omdat zij de woning dringend nodig heeft voor eigen gebruik ten behoeve van studentenhuisvesting.
[gedaagde] huurt de kamer sinds 1 maart 2004 en heeft bij het aangaan van de huurovereenkomst een bewijs van inschrijving als student overlegd. Echter, de huurovereenkomst is gesloten vóór de inwerkingtreding van artikel 7:274 lid 4 BW Pro en betreft volgens de rechtbank geen studentenwoning maar gewone woonruimte. Duwo heeft het campuscontract aan [gedaagde] aangeboden, maar hij heeft dit geweigerd en betwist dat de woning als studentenwoning kwalificeert.
De rechtbank oordeelt dat het aanbod van Duwo niet redelijk is omdat het de huurbescherming van [gedaagde] als huurder van gewone woonruimte zou ontnemen. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Duwo de woning dringend nodig heeft voor eigen gebruik, mede omdat [gedaagde] tot de doelgroep behoort die Duwo statutair wil huisvesten en er geen passende woonruimte voor hem beschikbaar is.
De vordering van Duwo wordt daarom afgewezen en de huurovereenkomst wordt verlengd tot 1 juli 2012. Duwo wordt veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde].
Uitkomst: De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wordt afgewezen en de huurovereenkomst wordt verlengd tot 1 juli 2012.