ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4280
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Vrakking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging aannemingsovereenkomst in onvoltooide staat en wijze van afrekening
In deze zaak vorderden eisers betaling en schadevergoeding van de aannemer, terwijl de aannemer reconventioneel stelde dat zij het werk in onvoltooide staat mocht beëindigen wegens langdurige vertraging veroorzaakt door de opdrachtgever. De rechtbank stelde vast dat de aannemer het werk mocht staken conform paragraaf 14 lid 8 UAV 1989, omdat de vertraging meer dan twee maanden ononderbroken duurde en voor rekening van de opdrachtgever kwam.
De rechtbank beoordeelde de eindafrekening volgens paragraaf 14 lid 10 UAV, waarbij de aanneemsom werd verminderd met de bespaarde kosten en vermeerderd met de kosten die de aannemer door de niet-voltooiing had gemaakt. Diverse posten van meerwerk, bespaarde kosten en kosten als gevolg van het niet voltooien van het werk werden nauwgezet beoordeeld en gecorrigeerd waar nodig.
De rechtbank wees de vorderingen van de opdrachtgever grotendeels af en veroordeelde de aannemer tot betaling van een bedrag aan de opdrachtgever. Tevens werd verklaard dat de aannemer het werk in onvoltooide staat mocht beëindigen. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De aannemer mocht het werk in onvoltooide staat beëindigen en is veroordeeld tot betaling van EUR 17.952,31 aan de opdrachtgever.