ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4380
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Toewijzing zorg op grond van Awbz wegens strijd met artikel 8 EVRM
Verzoeker, een persoon met de Surinaamse nationaliteit en een progressieve spierziekte, verblijft rechtmatig in Nederland zonder verblijfstitel. Hij heeft meerdere aanvragen voor zorg op grond van de Algemene wet bijzondere ziektekosten (Awbz) ingediend, die door verweerder zijn afgewezen omdat hij niet tot de kring der verzekerden behoort.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het onthouden van de geïndiceerde zorg het dagelijks functioneren en de revalidatie van verzoeker onmogelijk maakt, wat zijn menselijke waardigheid ernstig bedreigt. Dit leidt tot de conclusie dat artikel 5, tweede lid, van de Awbz in dit geval buiten toepassing moet worden gelaten wegens strijd met artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De rechtbank beveelt verweerder om binnen twee weken na uitspraak de zorg te verlenen die het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft geïndiceerd. Tevens wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en dient het betaalde griffierecht te vergoeden.
De uitspraak benadrukt de positieve verplichting van de staat om kwetsbare personen, zoals verzoeker, te beschermen en te voorzien in noodzakelijke zorg, ondanks het ontbreken van een verblijfstitel die verzekeringsrechtelijke aanspraken zou rechtvaardigen.
Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken de geïndiceerde zorg te verlenen wegens strijd met artikel 8 EVRM.