ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ5256
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kinderbijslag wegens onvoldoende schoolgang en niet-werkloosheid kind
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank om de kinderbijslag voor haar dochter D. vanaf het vierde kwartaal van 2008 te beëindigen. De kern van het geschil betrof de vraag of D. als schoolgaand of werkloos kon worden aangemerkt volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank stelde vast dat D. in het vierde kwartaal van 2008 niet het vereiste minimumaantal klokuren onderwijs volgde en ook niet voldeed aan de studiebelasting van ten minste 1600 uren per jaar. Daarnaast was D. niet ingeschreven als werkzoekende bij het UWV, waardoor zij niet als werkloos kon worden beschouwd. Het opbouwen van een portfolio en het volgen van een cursus bij de LOI werden niet als voldoende onderwijsactiviteiten erkend.
Hoewel het verlies van kinderbijslag aanzienlijke financiële gevolgen had voor het gezin, oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van dusdanig nijpende omstandigheden die het besluit in strijd met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) zouden maken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de kinderbijslag.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de kinderbijslag wordt ongegrond verklaard.