ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ5261
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. Bongers-Scheijde
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden binnen rehabilitatieperiode
Eiser, met Iraanse nationaliteit, verzocht op 1 april 2009 om naturalisatie. Verweerder wees dit verzoek op 17 juli 2009 af vanwege het bestaan van ernstige vermoedens dat eiser een gevaar voor de openbare orde vormt, omdat hij binnen de vierjarige rehabilitatieperiode viel na een PIJ-maatregel wegens brandstichting.
Eiser voerde aan dat de omstandigheden waaronder hij het strafbare feit pleegde en zijn wanhopige situatie bijzondere omstandigheden vormden die tot afwijking van het beleid moesten leiden. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden niet als bijzonder konden worden aangemerkt, omdat zij reeds door de strafrechter waren meegewogen.
Verder stelde eiser dat eerdere positieve beslissingen op verblijfsvergunningen en VOG's op basis van soortgelijke omstandigheden vertrouwen hadden gewekt, maar de rechtbank benadrukte dat het toetsingskader voor naturalisatie wezenlijk anders is. Ook de stagnerende persoonlijke en beroepsmatige ontwikkeling van eiser vormde geen bijzondere omstandigheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard.