ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ5966
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. Biller
- J.J. Bade
- S. van Eunen
- Rechtspraak.nl
Executieoverlevering Hongaarse veroordeelde toegestaan ondanks eerdere verstekprocedure
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot executieoverlevering van een Hongaarse vrouw, opgeëist op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) voor een voorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden. Het EAB was uitgevaardigd door de Hongaarse autoriteiten en betrof een onherroepelijk vonnis dat aanvankelijk buiten aanwezigheid van de opgeëiste persoon was gewezen.
De verdediging voerde aan dat sprake was van een verstekvonnis zonder dat de opgeëiste persoon op de hoogte was gesteld van haar beroepsmogelijkheden, en dat haar fundamentele rechten waren geschonden, onder meer door het ontbreken van rechtsbijstand tijdens politieverhoren. De rechtbank concludeerde echter dat de opgeëiste persoon later meerdere zittingen heeft bijgewoond, haar raadsman aanwezig was en zij beroep heeft ingesteld, waardoor haar verdedigingsrechten voldoende zijn gewaarborgd.
Daarnaast verwierp de rechtbank het verweer dat overlevering disproportioneel zou zijn vanwege de geringe ernst van de feiten en het tijdsverloop. De rechtbank achtte de overlevering passend en in overeenstemming met de Overleveringswet en het EVRM. De overlevering werd daarom toegestaan zonder dat verdere rechtsmiddelen openstaan.
Uitkomst: De rechtbank staat de executieoverlevering van de opgeëiste persoon aan Hongarije toe voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf.