ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ5976
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. Biller
- J.J. Bade
- S. van Eunen
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering Nederlander aan Duitsland voor drugssmokkel
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) voor 64 feiten van drugssmokkel tussen maart 2009 en april 2010. De verdachte wordt verdacht van het leiden van een criminele organisatie die grote hoeveelheden marihuana en hasjiesj vanuit Nederland naar Duitsland smokkelde en verkocht.
De verdediging voerde aan dat de verdachte niet betrokken was bij de meeste transporten en dat overlevering voor deelneming aan een criminele organisatie niet is gevraagd. Ook werd onschuld aangevoerd voor een specifiek feit op 7 augustus 2009. De rechtbank oordeelde dat de feitelijke betrokkenheid voldoende is omschreven en dat bewijswaardering aan de Duitse rechter toekomt. Het onschuldverweer kan geen weigering van overlevering rechtvaardigen.
De Duitse autoriteiten gaven garanties dat bij veroordeling de straf in Nederland kan worden uitgezeten. De rechtbank vond dat de officier van justitie terecht heeft gevorderd af te zien van de weigeringsgrond dat de feiten deels op Nederlands grondgebied zijn gepleegd, omdat overlevering aan Duitsland uit oogpunt van goede rechtsbedeling gewenst is.
Gelet op de volledige beoordeling voldoet het verzoek aan de wettelijke eisen en wordt de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de Nederlandse verdachte aan Duitsland toe voor drugssmokkel.