ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7754
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling bij medisch geschil over behandeling minderjarige
In deze zaak stond een medisch dispuut centraal over de juiste behandeling van een zieke minderjarige, waarbij de ouders en de minderjarige de voorkeur gaven aan een behandeling in Duitsland gebaseerd op een diagnose van een Duitse arts. Het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling om de gezondheid van de minderjarige te bewaken en de schoolgang te bevorderen.
De kinderrechter behandelde het verzoek en hoorde partijen, waaronder de ouders, BJAA en een GZ-psychologe. Het BJAA baseerde haar verzoek op het vermoeden dat de ziekte van de minderjarige mogelijk een conversiestoornis betrof, terwijl de ouders stelden dat de minderjarige leed aan de ziekte van Lyme, bevestigd door een Duitse arts. De raadsvrouw van de ouders voerde aan dat het BJAA onvoldoende intermediair had gefungeerd en dat de behandeling in Duitsland passend was.
De rechter overwoog dat het medische zelfbeschikkingsrecht van ouders en minderjarige zwaarwegend is en dat overheidsingrijpen alleen gerechtvaardigd is als een keuze evident onjuist is en de veiligheid van de minderjarige in gevaar brengt. Dit was niet het geval. Er waren geen aanwijzingen dat de Duitse arts omstreden was en het vermoeden van conversie was onvoldoende onderbouwd. De ondertoezichtstelling had eerder geleid tot escalatie van het conflict zonder verbetering.
Daarom wees de kinderrechter het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af, met het oordeel dat de gemaakte medische keuze gerespecteerd moet worden en dat de veiligheid van de minderjarige niet in het geding is.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat de medische keuze van ouders en minderjarige niet evident onjuist is.