ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7795
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.P.J. de Graaf
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen huisverbod en verlenging wegens vermoedens van huiselijk geweld
Eiser stelde beroep in tegen een huisverbod en de daaropvolgende verlenging opgelegd door de burgemeester van Amsterdam. Het huisverbod was aanvankelijk door een onbevoegde hulpofficier van justitie genomen, wat de rechtbank aanleiding gaf het besluit te vernietigen. Echter, de burgemeester heeft dit besluit later bekrachtigd, waardoor de rechtsgevolgen gehandhaafd blijven.
De rechtbank beoordeelde de feiten en concludeerde dat er een ernstig vermoeden bestond dat eiser een gevaar vormde voor zijn vrouw en kinderen, gebaseerd op verklaringen van de vrouw en dochters, eerdere meldingen en een risicotaxatie-instrument huiselijk geweld (RiHG). Hoewel eiser het geweld ontkende en stelde dat hij zelf slachtoffer was, vond de rechtbank het aannemelijk dat het huisverbod terecht was opgelegd.
Ten aanzien van de verlenging van het huisverbod oordeelde de rechtbank dat deze terecht was genomen omdat het vermoeden van gevaar voortduurde, mede doordat eiser geen hulp accepteerde. Het beroep tegen de verlenging werd daarom ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding door eiser werd afgewezen, mede omdat de rechtbank de rechtsgevolgen van het huisverbod in stand liet en het beroep tegen de verlenging ongegrond was.
De rechtbank benadrukte het belang van bescherming van de vrouw en kinderen en de noodzaak van een afkoelingsperiode om verdere escalatie van huiselijk geweld te voorkomen. De procedurekosten werden niet aan eiser opgelegd.
Uitkomst: Het huisverbod is vernietigd wegens onbevoegdheid maar de rechtsgevolgen blijven in stand na bekrachtiging; het beroep tegen de verlenging is ongegrond.