ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7810
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bouwvergunning niet verplicht bij privaatrechtelijke belemmering in afwachting civiele uitspraak
Eiser stelde beroep in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders om de bouwvergunning voor het vergroten van een woonhuis niet in te trekken, ondanks dat het bouwplan in strijd is met een erfdienstbaarheid die het uitzicht beschermt. De vergunninghouder kan het bouwplan daardoor niet realiseren.
Het college beriep zich op artikel 59 van Pro de Woningwet, waarin is bepaald dat intrekking van een bouwvergunning een bevoegdheid is, geen verplichting. De rechtbank overwoog dat de vraag of sprake is van een privaatrechtelijke belemmering voor het gebruik van de vergunning voorbehouden is aan de civiele rechter, die hierover nog in hoger beroep beslist.
De rechtbank concludeerde dat het college in redelijkheid het besluit tot intrekking mag opschorten totdat de civiele rechter definitief heeft geoordeeld. Omdat het bouwplan niet wordt uitgevoerd en een dwangsom is opgelegd, leidt dit niet tot schade voor eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-intrekking van de bouwvergunning wordt ongegrond verklaard.