ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ8607
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen verkrachting en vervaardigen kinderporno
De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van verkrachting en het verspreiden, bezitten en vervaardigen van kinderporno. Het slachtoffer was een minderjarige vrouw die onder dwang seksuele handelingen moest ondergaan, waarbij verdachte een leidende rol speelde. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte en medeverdachten het slachtoffer in een dreigende situatie brachten, waardoor zij zich niet kon verzetten.
De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van het slachtoffer en verdachten, videobeelden, en deskundigenrapporten. De verklaringen van het slachtoffer werden met terughoudendheid beoordeeld maar ondersteund door andere bewijzen. Verdachte had opzettelijk de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer de handelingen onder dwang onderging. Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte kinderporno vervaardigde, bezat en verspreidde via mobiele telefoons.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde feit van verkrachting onder artikel 243 Sr Pro wegens onvoldoende bewijs. De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, de kwetsbare positie van het slachtoffer, de actieve en leidende rol van verdachte, en zijn jeugdige leeftijd. Verdachte werd veroordeeld tot 9 maanden jeugddetentie waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 160 uur. Tevens werden bijzondere voorwaarden opgelegd waaronder begeleiding door jeugdzorg en deelname aan een ambulante groepsbehandeling gericht op intimiteit en seksualiteit.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 9 maanden jeugddetentie (3 maanden voorwaardelijk) en 160 uur taakstraf wegens medeplegen van verkrachting en vervaardigen kinderporno.