ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9517
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van Nederland aan België ondanks ne bis in idem-verweer
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een Nederlander aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens deelname aan een criminele organisatie en drugshandel. De opgeëiste persoon voerde tegen dat hij reeds in Duitsland was veroordeeld voor dezelfde feiten en dat het ne bis in idem-beginsel van toepassing was.
De rechtbank stelde vast dat de pleegdata van de Duitse en Belgische feiten ruim zes maanden uit elkaar lagen, waardoor geen sprake was van dezelfde materiële feiten. Bovendien had de opgeëiste persoon het Duitse vonnis en het arrest van het Gerechtshof Arnhem niet overgelegd, terwijl dit op zijn weg lag. De rechtbank verwierp daarom het ne bis in idem-verweer.
De feiten waarvoor overlevering werd gevraagd, vielen onder de bijlage 1 van de Overleveringswet en waren ook strafbaar naar Nederlands recht. De Belgische autoriteiten gaven de vereiste terugkeergarantie dat de opgeëiste persoon zijn straf in Nederland mag uitzitten. De rechtbank kon geen termijn stellen voor de voorlopige terbeschikkingstelling, omdat dit onder de bevoegdheid van de Minister valt.
Uiteindelijk stond de rechtbank de overlevering toe en wees erop dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe ondanks het ne bis in idem-verweer.