ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9559
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod strafrechtelijke ontruiming kraakpand op grond van Wet kraken en leegstand
De zaak betreft een kort geding waarin krakers van een woning aan de [A-straat nr.] te Amsterdam de Staat, vertegenwoordigd door de officier van justitie, willen verbieden tot ontruiming over te gaan. De woning was eigendom van woningbouwvereniging De Alliantie en was gekraakt terwijl deze leegstond vanwege noodzakelijke herstelwerkzaamheden.
De Wet kraken en leegstand, die sinds 1 oktober 2010 van kracht is, maakt het strafbaar om een woning te kraken waarvan het gebruik door de eigenaar is beëindigd. De Staat baseert haar ontruimingsbevoegdheid op deze wet. De krakers stelden dat er geen sprake was van huisvredebreuk omdat de woning niet in gebruik was en dat de belangenafweging in hun voordeel uitviel omdat de eigenaar de woning niet direct zou gebruiken.
De voorzieningenrechter volgt de eerdere jurisprudentie van het Gerechtshof Amsterdam waarin is vastgesteld dat naast de wederrechtelijkheid ook een proportionaliteitstoets geldt, waarbij de bewijslast bij de krakers ligt om bijzondere omstandigheden aan te tonen die een afwijking van de wettelijke belangenafweging rechtvaardigen.
In deze zaak zijn geen bijzondere persoonlijke omstandigheden door de krakers aangevoerd. De Alliantie heeft aannemelijk gemaakt dat zij de woning zal herstellen en daarna als sociale huurwoning zal verhuren. De voorzieningenrechter oordeelt dat de belangenafweging in het voordeel van de eigenaar uitvalt en wijst de vordering van de krakers af. De krakers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op strafrechtelijke ontruiming van het gekraakte pand wordt afgewezen.