ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9560
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op strafrechtelijke ontruiming van gekraakt pand in Amsterdam
In deze zaak vordert een bewoner, vertegenwoordiger van een bewonerscollectief, dat de Staat wordt verboden tot strafrechtelijke ontruiming van een gekraakt pand over te gaan. Het pand is sinds 2001 gekraakt en eigendom van Elsrijk Invest sinds 2007. De Staat baseert haar ontruimingsbevoegdheid op de Wet kraken en leegstand, die sinds 1 oktober 2010 van kracht is.
De voorzieningenrechter toetst de vordering aan de hand van de belangenafweging zoals vastgesteld door het Gerechtshof Amsterdam, waarbij het huisrecht van de krakers wordt afgewogen tegen het belang van de eigenaar en de openbare orde. De bewoner stelt dat zijn belang zwaarder weegt vanwege langdurige bewoning, speculatieve aankoop door Elsrijk Invest, en persoonlijke omstandigheden zoals werk en woningnood.
De rechter oordeelt echter dat de door de wetgever gemaakte belangenafweging niet door bijzondere omstandigheden wordt doorbroken. Het feit dat het pand al lang gekraakt wordt en nog niet direct herbouw kan plaatsvinden, rechtvaardigt geen afwijking. Ook de persoonlijke omstandigheden van de bewoner zijn niet uitzonderlijk. De vordering wordt daarom afgewezen en de bewoner wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verbod op strafrechtelijke ontruiming af en veroordeelt de eiser in de proceskosten.