ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9763
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.H. van Benthem
- M.J. Diemer
- P. Rodenburg
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering wegens verstekvonnis zonder persoonlijke dagvaarding
De rechtbank Amsterdam behandelde op 31 mei 2011 een vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court of Lublin, Polen. Het EAB betrof de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van één jaar, opgelegd bij verstekvonnis door de Provincial Court of Radzyn Podlaski.
De verdachte verklaarde niet persoonlijk te zijn gedagvaard voor de zitting waarin de straf werd opgelegd en was niet aanwezig bij de uitspraak. Hij had geen raadsman tijdens die procedure en ontving de dagvaardingen niet per post. De rechtbank stelde vast dat het vonnis bij verstek was gewezen zonder dat de verdachte in persoon op de hoogte was gesteld van de zitting.
Artikel 12 van Pro de Overleveringswet verbiedt overlevering in dergelijke gevallen, tenzij de uitvaardigende autoriteit voldoende garanties biedt dat de verdachte na overlevering een nieuw proces kan aanvragen en aanwezig kan zijn bij de terechtzitting. Deze garanties ontbraken. Daarom besloot de rechtbank de overlevering te weigeren en wees zij het EAB af.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de verdachte wegens het ontbreken van persoonlijke dagvaarding bij het verstekvonnis.