ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9943
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter veroordeelt tot rectificatie wegens onrechtmatige beschuldigingen van meineed en onjuiste uitlatingen over Renault
De zaak betreft een kort geding tussen voormalig Renault-dealer [gedaagde] en voormalig Renault-directeur [eiser sub 1] c.s. over onrechtmatige uitlatingen van [gedaagde] in de media. [gedaagde] had publiekelijk verklaard dat [eiser sub 1] zich schuldig zou hebben gemaakt aan meineed en dat het gerechtshof had vastgesteld dat Renault onrechtmatige druk had uitgeoefend bij de opzegging van dealerovereenkomsten.
In eerdere civiele procedures was vastgesteld dat Renault toerekenbaar tekort was geschoten in de zorgvuldige afwikkeling van de relatie met [gedaagde], maar het hof had niet geoordeeld dat Renault onrechtmatige druk had uitgeoefend en evenmin dat [eiser sub 1] onwaar had verklaard. De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitlatingen van [gedaagde] onjuist, suggestief en onnodig grievend waren jegens [eiser sub 1] en Renault.
Daarom werd [gedaagde] veroordeeld tot het plaatsen van een rectificatie in het vakblad Automotive en werd hem verboden om de beschuldigingen van meineed en de onjuiste mededelingen over het hof en Renault te herhalen, met uitzondering van het melden van de aangifte van meineed.
De voorzieningenrechter achtte de beperking van de vrijheid van meningsuiting proportioneel en noodzakelijk ter bescherming van de eer en goede naam van eisers. Tevens werd [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten en werden dwangsommen opgelegd voor het niet naleven van het vonnis.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot rectificatie en verboden onjuiste beschuldigingen van meineed en onrechtmatige druk te herhalen.