ECLI:NL:RBAMS:2011:BR0807
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.H. van Benthem
- J.H.J. Evers
- M.C.J. Rozijn
- Rechtspraak.nl
Toestemming executieoverlevering Europees aanhoudingsbevel Groot-Brittannië wegens drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 juli 2011 de vordering tot overlevering van een persoon aan Groot-Brittannië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de City of Westminster Magistrates Court. De opgeëiste persoon werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen en heeft een resterende straf van ruim drie jaar.
De verdediging voerde onder meer aan dat de stukken vertaald moesten worden in het Nederlands en dat de identiteit van de opgeëiste persoon niet vaststond. De rechtbank verwierp deze verweren, onder meer omdat de stukken ook in het Engels mogen worden overgelegd en vingerafdrukken bevestigden dat de opgeëiste persoon de gezochte persoon is. Tevens werd het verweer dat de opgeëiste persoon gelijkgesteld moest worden met een Nederlander vanwege langdurig verblijf afgewezen, omdat hij geen rechtmatig verblijf van vijf jaar kon aantonen.
De rechtbank oordeelde dat de feiten waarvoor overlevering wordt gevraagd op de lijst van strafbare feiten staan en dat de weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro niet van toepassing is, omdat de officier van justitie had gevorderd af te zien van deze grond. Gezien de belangen van een goede rechtsbedeling werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Groot-Brittannië toe voor de tenuitvoerlegging van de straf.