ECLI:NL:RBAMS:2011:BR2578
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing van overleveringsdetentie wegens reëel vluchtgevaar
De raadkamer van de rechtbank Amsterdam behandelde op 13 juli 2011 het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie van een opgeëiste persoon uit hoofde van de Overleveringswet. De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie onzorgvuldig had gehandeld en dat de opgeëiste persoon aan voorwaarden zoals inlevering van reisdocumenten en borgsom had voldaan, waardoor het vluchtgevaar beperkt zou zijn.
De officier van justitie stelde dat uit het Europees Arrestatiebevel en aanvullende stukken blijkt dat de opgeëiste persoon zich niet aan de voorwaarden hield, waaronder het verbod om Spanje te verlaten. Tevens werd gewezen op het vervalsen van een paspoort en internationale belangen bij zijn aanhouding.
De raadkamer oordeelde dat het vluchtgevaar reëel is en niet door voorwaarden kan worden ingeperkt. De opgeëiste persoon heeft zich niet gehouden aan de schorsingsvoorwaarden in Spanje, beschikt over internationale contacten en financiële middelen, en heeft de Marokkaanse nationaliteit die bescherming biedt. Het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie is afgewezen wegens reëel vluchtgevaar.