ECLI:NL:RBAMS:2011:BR3099
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.J. Riem
- C.J. Polak
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Openbaarheid declaraties directieleden De Nederlandsche Bank onder Wob
Eiseres verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) informatie over salarissen en vergoedingen van directieleden van De Nederlandsche Bank (DNB). Verweerder, DNB, verklaarde het bezwaar tegen het verzoek niet-ontvankelijk, stellende dat de Wob niet van toepassing zou zijn vanwege uitzonderingen in het Besluit bestuursorganen.
De rechtbank overwoog dat DNB weliswaar een privaatrechtelijke rechtspersoon is, maar als bestuursorgaan publiekrechtelijke taken en bevoegdheden heeft gekregen. Niet alle werkzaamheden van DNB vallen onder de uitzonderingen van de Wob, met name niet die taken die niet voortvloeien uit de Bankwet 1998 en andere genoemde wetten. De declaraties van directieleden die met Nederlandse publieke middelen zijn betaald, vallen volgens de rechtbank onder de Wob.
De rechtbank stelde vast dat de brief van 18 maart 2010 van DNB een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is en dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg DNB op een nieuw besluit te nemen waarbij de belangenafweging volgens de Wob wordt gemaakt. Tevens werd DNB veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van De Nederlandsche Bank en beveelt een nieuw besluit op bezwaar met inachtneming van de Wob.