ECLI:NL:RBAMS:2011:BR3435
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring ontkenning vaderschap en vaststelling biologische vaderschap
De verzoekende partij, geboren in 1981, werd erkend door [erkenner] in 1987, waarna haar moeder met hem trouwde. De verzoekende partij stelt dat niet [erkenner], maar [biologische vader] haar biologische vader is en verzoekt de ontkenning van het vaderschap van [erkenner] en de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van [biologische vader].
Hoewel het verzoek tot ontkenning van het vaderschap niet binnen de wettelijke termijn van artikel 1:200 lid 6 BW Pro is ingediend, oordeelt de rechtbank dat deze termijn in dit geval een ongerechtvaardigde inmenging vormt in het recht op gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank acht het belang van de verzoekende partij zwaarder dan de rechtszekerheid die de termijn beoogt te beschermen.
De rechtbank accepteert het DNA-onderzoek uitgevoerd door het Braziliaanse instituut Fleury DNA als betrouwbaar bewijs. Dit onderzoek toont met een zekerheid van 99,99994% aan dat [biologische vader] de biologische vader is. Zowel [erkenner], [biologische vader] als de moeder stemmen in met de verzoeken.
De rechtbank verklaart de ontkenning van het vaderschap van [erkenner] gegrond en stelt het vaderschap van [biologische vader] vast, onder de opschortende voorwaarde dat de beschikking tot ontkenning van het vaderschap in kracht van gewijsde is gegaan. Tevens is de verzoekende partij gerechtigd de geslachtsnaam van [biologische vader] te dragen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de ontkenning van het vaderschap gegrond en stelt het vaderschap van de biologische vader vast.