ECLI:NL:RBAMS:2011:BR3440
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van Slowaakse verdachte ondanks gezondheidsklachten en rechtsmachtdiscussie
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een persoon met de Slowaakse nationaliteit op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court Bratislava IV. De verdachte werd verdacht van diefstal en mishandeling, feiten die zowel in Slowakije als Nederland strafbaar zijn.
De verdediging voerde aan dat overlevering zou leiden tot een flagrante schending van fundamentele rechten zoals gewaarborgd in het EVRM, mede vanwege gezondheidsklachten van de verdachte en het feit dat hij kennis heeft van een Slowaakse politicus waardoor hij vreest voor zijn leven. Tevens werd betoogd dat de rechtbank geen rechtsmacht heeft voor feiten gepleegd in Tsjechië en dat de voorlopige hechtenis onrechtmatig was vanwege intrekking van de vordering.
De rechtbank verwierp deze verweren omdat er geen gegrond vermoeden was van schending van het EVRM, gezondheidsklachten geen weigeringsgrond vormen onder de Overleveringswet, en de analoge beoordeling van de Nederlandse strafwet rechtsmacht bevestigt. De intrekking van de voorlopige hechtenis werd gezien als een corrigerende handeling zonder schending van rechtsbeginselen. De overlevering werd daarom toegestaan.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Slowakije toe ondanks gezondheidsklachten en bezwaren over rechtsmacht.