ECLI:NL:RBAMS:2011:BR3888
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- W.M.C. van den Berg
- J.W. Vriethoff
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen moord na lokken en begraven slachtoffer in kuil
De rechtbank Amsterdam heeft op 2 augustus 2011 verdachte veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van moord op het slachtoffer. Verdachte en zijn medeverdachte hebben het slachtoffer onder valse voorwendselen gelokt naar een bosschage, waar het slachtoffer met een schep op het hoofd werd geslagen, vastgebonden met tape en begraven in een handmatig gegraven kuil.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van verdachte, getuigen, forensisch onderzoek en telefoongegevens. Er was sprake van voorbedachten rade, omdat de kuil en de benodigde materialen vooraf waren voorbereid. Verdachte werkte nauw samen met de medeverdachte en probeerde na de moord het overlijden te verhullen en profiteerde van de situatie.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet opzettelijk handelde en geen medeplegen had gepleegd, maar dit werd door de rechtbank verworpen. Verdachte was toerekeningsvatbaar en er waren geen rechtvaardigingsgronden. De rechtbank achtte de straf passend gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank oordeelde dat verdachte medepleger was en dat het handelen met voorbedachten rade was. De straf van 14 jaar is lager dan de door het Openbaar Ministerie gevorderde 18 jaar, vanwege het ontbreken van eerdere soortgelijke veroordelingen. De straf wordt verminderd met de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord met voorbedachten rade.