ECLI:NL:RBAMS:2011:BR4733
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vernietiging erkenning en vervangende toestemming tot erkenning minderjarige
De man verzoekt de rechtbank om de erkenning van een minderjarige door een ander te vernietigen en hem vervangende toestemming te geven om het kind te erkennen. Hij stelt de biologische vader te zijn en voert aan dat de erkenning door de ander niet rechtsgeldig is. De moeder, die het gezag over het kind uitoefent, is niet verschenen in de procedure.
De rechtbank stelt vast dat niet objectief is bewezen dat de man de biologische vader is, aangezien concrete aanwijzingen zoals een DNA-onderzoek ontbreken. De rechtbank overweegt dat zelfs indien de man de biologische vader zou zijn, de belangen van de moeder en het kind zwaarder wegen, mede omdat de moeder de erkenning aan de ander heeft verleend en deze de minderjarige gedurende jaren heeft opgevoed.
De bijzonder curator bevestigt het vermoeden van biologisch vaderschap, maar kan het belang van het kind onvoldoende beoordelen door het ontbreken van informatie van de moeder. Gezien de omstandigheden acht de rechtbank het in het belang van het kind om de huidige situatie te handhaven en wijst daarom het verzoek van de man af.
Uitkomst: Het verzoek tot vernietiging van de erkenning en het verzoek om vervangende toestemming tot erkenning worden afgewezen.