ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5511
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot dwangakkoord tegen weigering schuldeisers in minnelijke schuldregeling
De rechtbank Amsterdam behandelde op 28 juni 2011 het verzoek van [A] om een dwangakkoord te laten vaststellen conform artikel 287a van de Faillissementswet. [A] bood haar schuldeisers een minnelijke regeling aan waarbij preferente schuldeisers 46,86% en concurrente schuldeisers 23,43% van hun vorderingen zouden ontvangen. De meeste schuldeisers gingen akkoord, behalve Nuon, De Alliantie, Amarantis en UWV.
Namens UWV werd verweer gevoerd dat het wettelijk niet toegestaan is om in te stemmen met een regeling die minder dan volledige betaling behelst, mede omdat de schuld aan UWV niet te goeder trouw is ontstaan. De rechtbank oordeelde echter dat deze wettelijke beperking niet de bevoegdheid van de rechtbank beperkt om een dwangakkoord op te leggen en dat een gelijke belangenafweging moet plaatsvinden.
De rechtbank nam mee dat de situatie van [A] was verbeterd, waardoor een hogere aflossingscapaciteit mogelijk is dan bij de wettelijke schuldsanering, die bovendien pas na drie jaar uitkeert. Ondanks het niet te goeder trouw zijn van [A] jegens UWV, achtte de rechtbank de kans reëel dat zij alsnog tot wettelijke schuldsanering kan worden toegelaten. De weigering van de schuldeisers werd als onredelijk beoordeeld en het verzoek tot dwangakkoord werd toegewezen.
Het vonnis beveelt de schuldeisers om in te stemmen met de schuldregeling, met herberekening van de percentages conform de gewijzigde situatie, en verklaart het vonnis bij voorraad uitvoerbaar.
Uitkomst: De rechtbank beveelt schuldeisers Nuon, De Alliantie, Amarantis en UWV om in te stemmen met de minnelijke schuldregeling van [A].